BOUWHISTORIE

Het gebouw vormt de belangrijkste archiefbron

Een onafhankelijk bouwhistorisch onderzoek met waardestelling brengt cultuurhistorische waarden op overzichtelijke wijze in beeld. Het is daarmee een belangrijk instrument bij restauratie of herbestemming van monumenten.

In het plantraject zal een duidelijk inzicht in waardevolle onderdelen en structuren houvast bieden bij het ontwerpproces en soms zelfs een inspiratiebron vormen. Ook wordt duidelijk waar ruimte is voor ontwikkelingen en wordt oponthoud in het vergunningtraject voorkomen. Lees verder >>>

BOUWHISTORISCH ONDERZOEK

Een onafhankelijk bouwhistorisch onderzoek met waardestelling brengt cultuurhistorische waarden op overzichtelijke wijze in beeld. Het is daarmee een belangrijk instrument bij restauratie of herbestemming van monumenten.

In het plantraject zal een duidelijk inzicht in waardevolle onderdelen en structuren houvast bieden bij het ontwerpproces en soms zelfs een inspiratiebron vormen. Ook wordt duidelijk waar ruimte is voor ontwikkelingen en wordt oponthoud in het vergunningtraject voorkomen. Lees verder >>>

Bouwhistorisch onderzoek

Een bouwhistorisch onderzoek is steeds vaker onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning voor monumenten. Veel opdrachtgevers zijn niet bekend met bouwhistorisch onderzoek en welke rol dit onderzoek speelt in het proces.

Met deze website wil ik een beeld geven van mijn werkzaamheden als bouwhistoricus en informatie geven over bouwhistorisch onderzoek.

Voor een opdrachtgever is het van belang te weten welk type onderzoek nodig is en welk resultaat er verwacht mag worden. Meestal zal een bouwhistorische verkenning volstaan, maar afhankelijk van de complexiteit of het afwerkingsniveau van het monument kan aanvullend onderzoek zinvol zijn. Met inmiddels twintig jaar onderzoekservaring kan ik u adviseren bij het bepalen van het type onderzoek.

Bij de uitvoering van het onderzoek is het gebouw leidend en aanwezige waarden moeten worden benoemd. Wanneer onderdelen van minder belang zijn wordt dat ook aangegeven. Zo wordt duidelijk waar ruimte is voor veranderingen. 

Naast de cultuurhistorische waarden wordt ook de kern van een ontwerp of historische ontwikkeling belicht. Hiermee kan de ontwerper deze bij de planontwikkeling optimaal inzetten om aanwezige waarden te versterken en gebruiken als inspiratiebron voor het ontwerp.

Bij het Monumenten Advies Bureau maak ik deel uit van een team van ervaren onderzoekers op het gebied van bouwhistorie, architectuurhistorie, kunsthistorie, historische geografie en erfgoedplanning. Daarmee kunnen wij onderling een beroep doen op elkaars kennis en ervaring en zijn alle onderzoeksobjecten aan te pakken. Waar nodig zullen ook nog externe specialismen worden ingeschakeld.

 

Actueel

Kamper Almanak

Op 23 juli werd de Kamper Almanak van 2020 gepresenteerd. Het cultuurhistorische jaarboek voor Kampen staat ook dit jaar weer vol met veel boeiende artikelen en informatie over de stad Kampen in heden en verleden

De Kamper Almanak wordt uitgegeven door het SNS Historisch Centrum. Naast de gedrukte uitgave, is de Kamper Almanak online beschikbaar.

Voor deze uitgave heb ik een uitgebreid artikel mogen schrijven: “De bouwgeschiedenis van de Annakapel“. De kapel werd, vermoedelijk omstreeks 1518, gebouwd bij het aangrenzende klooster van de Cellezusters. In de zeventiende eeuw werd de kapel in gebruik genomen door de Waalse Gemeente. De kapel bleef Waalse kerk tot deze gemeente in 1818 werd opgeheven. Vanaf 1823 werd de kapel door de Verenigde Doopsgezinde Gemeente gebruikt. In 1847 vond een ingrijpende restauratie plaats. Hierna volgden nog de vernieuwing van het orgel, de aankoop van de naastgelegen kosterij en enkele restauraties. In 2007 werd de kapel verkocht aan pianist Jan Vayne. Sinds 2017 is de kapel eigendom van de Stichting Annakapel Kampen, die het gebouw beschikbaar stelt voor religieuze en culturele evenementen.

Recente projecten

Kasteel Nederhorst

Kasteel Nederhorst

De vroegste vermelding van kasteel Nederhorst in Nederhorst Den Berg dateert uit 1301. Het kasteel was toen waarschijnlijk een compact zaaltorenkasteel. Omstreeks 1635 kreeg het kasteel zijn huidige opzet met vier forse zeshoekige torens. In de vroege achttiende eeuw werden het kasteel en de tuinen gemoderniseerd.

Begin twintigste eeuw verkeerde het kasteel in matige conditie, maar pas vanaf 1960 vond een ingrijpende restauratie plaats van het toen inmiddels behoorlijk vervallen kasteel. De restauratie was nauwelijks afgerond of een grote brand verwoestte in 1971 grote delen van het kasteel, waarna dit opnieuw werd hersteld.

Het bouwhistorisch onderzoek, in opdracht van Stadsherstel Amsterdam, werd bemoeilijkt doordat vrijwel alle houten onderdelen waren vernieuwd. Veel informatie moest daarom worden ontleend aan foto’s die tijdens de restauratie en direct na de brand in 1971 waren genomen.

Lange Arm Gouda

Koudasfaltfabriek Gouda

Koudasfaltfabriek Gouda

Direct ten zuiden van de historische binnenstad van Gouda ligt langs de Hollandse IJssel een bijzonder terrein. Hier was tot 2013 de asfaltcentrale van de in 1930 opgerichte N.V. Koudasfalt gevestigd. Dit wegenbouwbedrijf ontstond uit een samenwerking tussen de N.V. Vereenigde Fabrieken van Stearine Kaarsen en de Maatschappij Wegenbouw N.V.. Het bedrijf richtte zich aanvankelijk op de productie van Carpave (Cold Asphalt Road Pavement). Na de oprichting groeide het bedrijf gestaag en in de jaren veertig konden delen van het ten oosten gelegen ‘balkengat’ van een naburige houthandel aan het fabrieksterrein worden toegevoegd.

In de jaren zestig werden gebouwen en installaties vernieuwd en uitgebreid en met de bouw van een grote zwenkarm in 1964, de zogenaamde ‘Lange Arm’, veranderde het aanzien van het gebied sterk. De zwenkarm zorgde voor de aanvoer en verdeling van de grondstoffen binnen het terrein en bleef tot het eind in gebruik. Toen was de asfaltinstallatie zelf inmiddels fors uitgebreid en bepaalde deze in hoge mate het aanzien van het terrein.

Tegenwoordig is het terrein eigendom van de gemeente Gouda en draagt het burgerinitiatief GOUDasfalt zorg voor de inrichting en exploitatie van het terrein, waarbij het uitgangspunt is dat GOUDasfalt geen geld kost, maar waarde aan de stad levert.
Om de op het terrein en in de directe omgeving aanwezige cultuurhistorische waarden in de ontwikkelingen te betrekken werd in opdracht van de gemeente Gouda een Cultuurhistorische Analyse (CHA) uitgevoerd.

Lloyd Hotel Amsterdam

Lloyd Hotel Amsterdam

Aan de Oostelijke Handelskade liet de Koninklijke Hollandsche Lloyd tussen 1917 en 1921 een groot landverhuizershotel bouwen naar ontwerp van architect Evert Breman. De veelal uit Oost-Europa afkomstige emigranten konden in het Lloyd Hotel verblijven tot zij konden inschepen richting Zuid-Amerika.

Hoewel het Lloyd Hotel tot maximaal 900 landverhuizers in grote slaapzalen kon herbergen werd het door de tegenvallende passagiersaantallen geen groot succes. Na het faillissement van de KHL in 1937 werd het hotel eigendom van de gemeente en zou het kort als vluchtelingenhotel en daarna tot 1989 als jeugdgevangenis fungeren.

Na een ingrijpende verbouwing is het gebouw sinds 2004 weer als hotel in gebruik. T.b.v. een voorgenomen renovatie zijn cultuurhistorische waarden vastgelegd.

Oosterholtseweg 44 IJsselmuiden

Boerderijcomplex IJsselmuiden

Boerderijcomplex IJsselmuiden

Aan de Oosterholtseweg in IJsselmuiden ligt een markant boerderijcomplex dat, naast de T-boerderij, bestaat uit een veeschuur en grote houten hooischuur. De boerderij dateert waarschijnlijk omstreeks 1800 en had toen een opzet als hallehuisboerderij. Omstreeks 1850 werd het dwarsgeplaatste voorhuis toegevoegd, waarbij de oude voorgevel als brandmuur deels bewaard bleef. Omstreeks 1910 werd het achterhuis grotendeels vernieuwd en werden gevels verhoogd. Bij een renovatie vanaf 2003 zijn helaas veel authentieke delen verloren gegaan, maar de hoofdopzet bleef bewaard.

De naast de boerderij aanwezige veeschuur werd omstreeks 1870 grotendeels vernieuwd. Hieraan herinnert een in de achtergevel opgenomen gevelsteen met de initialen JPB en WM van de toenmalige eigenaren Jan Pelleboer en Willempje Meuleman.

Links van de boerderij werd omstreeks 1931 een grote houten hooischuur gebouwd ter vervanging van eerder aanwezige hooibergen. In de schuur is nog de hijsbalk van de oorspronkelijke hooigrijper aanwezig en ook buizen van de later geplaatste hooiventilator of ‘hooikanon’. Opvallend is een in de jaren vijftig onder de hooischuur gemetselde tunnel met daarin een ventilator om hooibroei tegen te gaan. Door de plaats van de schuur op de rand van de terp is deze inmiddels ernstig verzakt.

Hoewel de veeschuur bijna geheel is ingestort en de hooischuur grote funderingsproblemen kent, zijn deze gebouwen van groot belang voor het totaalbeeld van dit rijksmonumentale complex. De nieuwe eigenaren willen de boerderij verbouwen, maar daarbij ook het beeld van het erf bewaren en waar mogelijk verbeteren.

Koetshuis Hof Espelo

Koetshuis Hof Espelo

In 1916 werden in opdracht van de textielfabrikant G.B.G. Cromhoff een landhuis en een koetshuis gebouw op het landgoed Hof Espelo bij Enschede. Het koetshuis werd ontworpen, en waarschijnlijk ook gebouwd door aannemer J.A. Eggink in nieuw historiserende stijl.

Door de jaren bleef het koetshuis goed bewaard en bij de vernieuwing van enkele deuren en de zolderluiken werd de oorspronkelijke detaillering aangehouden. Bijzonder is vooral het nog vrijwel complete stalinterieur met de oorspronkelijke twee paardenboxen met tussenliggende standplaatsen. Zowel de oorspronkelijke hekwerken en deuren als ook de voer- en waterbakken zijn hier nog aanwezig.

Door plannen voor een herbestemming tot kantoor en het voornemen om het koetshuis aan te wijzen als gemeentelijk monument staat dit gebouw weer volop in de belangstelling.

Sint victorkerk Batenburg

R.K. Sint Victorkerk Batenburg

R.K. Sint Victorkerk Batenburg

De bouw van de door Cornelis van Dijk ontworpen R.K. Sint Victorkerk in Batenburg kwam gereed in 1874 en was mogelijk geworden door een forse donatie van Jan Steeg en zijn moeder Geertrui Smits. Beiden overleden kort na het gereedkomen van de kerk, maar een kort voor zijn overlijden in 1875 gedane schenking maakt het verfraaien van de kerk met altaren en uitbundige geschilderde decoraties mogelijk.

Vanaf 1913 werd de kerk gefaseerd voorzien van figuratieve glas-in-loodramen. Een eerste serie werd tussen 1913 en 1924 vervaardigd door het gerenommeerde Roermondse glasatelier Nicolas. Tussen 1934 en 1941 werd nog een serie van zes glas-in-loodramen vervaardigd door glazenier Willem Mengelberg. Deze ramen verbeelden zes van de Tien Geboden, zodat er oorspronkelijk waarschijnlijk tien ramen waren gepland.

In de jaren zestig werd de kerk, onder invloed van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie sterk versoberd en werden de ramen van Mengelberg uitgenomen. Deze werden gelukkig in de kelder opgeslagen en konden na restauratie in 2010 weer worden herplaatst.

Van 2008 tot 2012 vond een grotendeels door vrijwilligers uitgevoerde interieurrestauratie plaats, waarbij een deel van de oorspronkelijke polychrome interieurafwerkingen weer zichtbaar kon worden gemaakt. Helaas moest de kerk in 2018 buiten gebruik worden gesteld, waarna het gebouw onder voorwaarden werd verkocht. De huidige eigenaar heeft het plan om in het gebouw enkele appartementen onder te brengen. Aanpassingen aan dit historische gebouw zijn daarbij onvermijdelijk, maar door aanwezige waarden in beeld te brengen kunnen aanpassingen met zorg worden ingepast.

Muur Van Brakellhofje

Van Brakellhofje Doesburg

Een bouwhistorisch onderzoek kan ook slechts één muur als onderwerp hebben. Ten westen van het Van Brakellhofje in de Doesburgse binnenstad bevindt zich een opvallende tuinmuur met twee kaarsnissen en meerdere bouwsporen.

Gestichten Doesburg, de eigenaar van de muur wilde meer duidelijkheid over de oorsprong van de muur en de historische waarde hiervan.
Op deze plaats bevond zich het pand waar zich in 1429 de uit Zwolle afkomstige Fraters vestigden. Omstreeks 1448 werd het verkocht en was het eeuwenlang Weduwenhuis, tot het gebouw kort na 1800 werd gesloopt.

Het in de veertiende eeuw te dateren metselwerk van de muur, met duidelijke aanwijzingen dat het een gevel is geweest, zijn sterke ‘bewijzen’ dat de muur een restant is van het Weduwenhuis. Naast het bouwhistorisch onderzoek is ook geadviseerd hoe de muur op terughoudende wijze kan worden hersteld.

Uitgelicht